1 Alchoholische Dranken:
1.1.1 Wijn: algemene informatie

1.1.1.1 INLEIDING

 
  In de loop der tijden is er veel zin en onzin verkocht over het kopen,
  bewaren (=opleggen) en uiteindelijk drinken van wijn. Veel flauwekul is
  door de vele boeken over deze drank nog lang in omloop geweest en sommige
  fabeltjes doen nog steeds de ronde.
  Wijn is simpel gezegd gegist druivesap; vandaar dat deze drank niet meer of
  minder is dan bier of een andere alcoholische drank. Net als bij bier is
  het dus gewoon de consument die ZELF beslist wat hij/zij lekker vindt en
  waarom en het is ook dezelfde consument die bepaalt bij welke gerechten
  hij/zij een bepaalde wijn drinkt! En net als bij bier, moet je wijn leren
  drinken en leren waarderen; in het begin lijken alle wijnen op elkaar, maar
  als je je verdiept in de vele soorten, zul je het smaakverschil heel snel
  opmerken.
 
  Je kent het allemaal wel, die verhalen van de 'wijnsnobs' die zeggen dat je
  bij vis altijd alleen witte wijn moet drinken en bij zuurkool
  Gewu"rztraminer enz.. Laat ikzelf nou bijv. bij zalm een rode wijn
  kiezen...
 
  Kortom, volg je eigen smaak, lees de literatuur (dus ook dit verhaal) als
  een hulpmiddel, een handreiking en je zult zien!
 

1.1.1.2 HOE WORDT WIJN GEMAAKT?

 
  Zoals ik reeds in de inleiding heb gemeld, is wijn gegist druivesap. En dat
  is dan ook meteen de enige overeenkomst tussen alle soorten wijnen in de
  wereld.
  De basis van elke wijn is de druif, in talrijke soorten en maten
  'verkrijgbaar' met elk een eigen gebruiksaanwijzing. Hiermee bedoel ik dat
  elke wijnstok anders onderhouden moet worden, dat elke druif een specifieke
  klimaatsvoorkeur heeft, dat elke druif een andere bodem nodig heeft en dat
  bij elke druif het moment van plukken anders ligt. Er is zelfs een witte
  wijn (Sauternes) uit de Bordeaux-streek, waarvan de druif pas geplukt wordt
  als hij - nog aan de struik gezeten - gaat gisten: de "pourriture noble",
  oftewel de "edele rotting". Een intens zoete smaak van deze witte wijn is
  het gevolg.
  Opmerking van Jan Hiethaar: Dit is niet juist. "Pourritue noble" betekent
  dat door o.a. vochtige weersomstandigheden de schil van de druif
  geperforeerd wordt waardoor er water uit de druif verdampt en het relatieve
  suikergehalte erg hoog wordt. Behalve de zoetheid kenmerken deze wijnen
  zich ook door een zeer typische 'botrytis' geur.
 
  Er zijn dus vier zaken nodig voor het maken van wijn: de grond, de zon, de
  druif en de vinificatie (= het proces van het maken van wijn).
  De kwaliteit van de grond is van buitengewoon belang voor het welslagen van
  een wijn, alleen blijkt - misschien anders dan je zou verwachten - dat de
  schraalste grond de beste wijn oplevert.
  De zon is de meest onzekere factor van de vier, omdat het elk jaar maar
  weer afwachten is hoeveel zonneschijn er zal zijn. Dit geldt voor zowel te
  weinig als te veel zon, wat allebei funest is voor de goede ontwikkeling
  van de druif.
  Het is de taak van de zon om de suiker in de druif, die bij gisting wordt
  omgezet in alcohol, tot ontwikkeling te brengen. Schijnt de zon als de
  bloesem zich aan de wijnstok ontwikkelt, dan is dat een goed teken, schijnt
  de zon als de bloesen in volle bloei staat, dan is dat ook een goed teken.
  Maar wanneer de druiven zich hebben gevormd en beginnen de zwellen, dan is
  zon wel het meest gewenst. Daarna kan een beetje regen geen kwaad. Is het
  weer echter nat en vochtig, dan kunnen bijv. allerlei voor de wijnboer
  verschrikkelijke planteziektes de kop op steken en de oogst doen mislukken.
  Schijnt de zon aan de andere kant te heftig, dan schroeien de druiven stuk
  en 'verbranden' ze: een wrang smakende wijn is het gevolg.
  De wijnboer heeft echter nog een trucje in huis, waardoor hij wijn uit een
  jaar met te weinig zon toch nog smakelijk kan maken. Hij voegt dan suiker
  toe aan de wijn, de zgn 'chaptalisatie'.
  Het is van groot belang, dat de druif past bij de grondsoort waarop ze
  groeien en bij het klimaat waarin zij verondersteld worden te rijpen.
  Vandaar de typische streekgebonden druiven zoals de cabernet sauvignon in
  de Bordeaux en de chardonnay in de Champagne. 
 
  De methode van het maken van wijn is vrij eenvoudig: voor rode wijn worden
  de druiven geplukt, naar de pershuizen gebracht, waar ze van steeltjes en
  andere ongerechtigheden worden ontdaan om daarna in het gistingsvat te
  verdwijnen. Na de gisting wordt de jonge wijn geperstom hem van z'n
  schillen te ontdoen. Er kan zelfs een tweede of zelfs een derde persing
  plaatsvinden. Het belangrijke verschil met witte wijn is dat hiervoor de
  druiven onmiddellijk worden geperst en alleen de most maar gist. Most is de
  druivesap in een vat of een tank voor het door gisting in wijn wordt
  omgezet. Er kunnen dus zelfs rode druiven voor witte wijn worden gebruikt:
  de wijn zal geen kleur - die in de schil zit - aannemen. In de vaten zal de
  wijn al spoedig beginnen te gisten en op dat moment is 'chaptalisatie'
  geoorloofd. Het doel hiervan is de gisting te bevorderen: de in de druif
  aanwezige suiker wordt omgezet in alcohol en toevoeging van meer suiker
  dient alleen maar om het alcoholpercentage van de wijn te verhogen. Tijdens
  de gisting blijven de schillen van de blauwe druiven in de most om rode
  wijn te krijgen; het pigment in de druiveschil geeft de rode wijn kleur. De
  eerste gisting is nogal 'rumoerig': het borrelt alsof het een werkende
  vulkaan is. Op een gegeven moment zal de wijnboer de wijn in vaten
  aftappen. Wanneer de jonge wijnen in vaten zit (of in bulktanks bij
  goedkopere wijnen), zullen deze worden opgeslagen om gedurende het eerste
  levensjaar verder te rijpen. In deze periode zullen rode en witte wijnen
  driemaal worden overgestoken, wat wil zeggen dat de wijn van het ene naar
  een ander vat wordt overgebracht, waarbij het bezinksel in het eerste vat
  achterblijft en het kan worden weggegooid. Voor de derde oversteek vindt
  nog een andere operatie plaats, het 'klaren'. Er wordt dan eiwit met de
  wijn vermengd met als doel de nog zwevende deeltjes op te vangen: dit zet
  zich dan af op de bodem van het vat. Tegenwoordig wordt er echter
  nauwelijks meer gebruik gemaakt van echte eiwit, de meeste wijnboeren
  gebruiken tegenwoordig andere middelen.
  De vaten worden dan naar de kelders overgebracht, waar de wijn voor de
  derde keer overgestoken wordt. Daar blijft de wijn dan liggen, voordat de
  wijnboer besluit de wijn te bottelen. Deze periode is per wijn
  verschillend, maar ligt gemiddeld op e'e'n jaar. In Bordeaux ligt deze
  periode op zo'n anderhalf a twee jaar voor de lichtere soorten en zo'n
  drie jaar voor de betere wijnen. Ook de Rioja-wijnen uit Spanje liggen zo'n
  twee a drie jaar te rijpen in 't vat, waarna ze - en dat doen de wijnen
  uit Bordeaux ook - in de fles nog een tijd verder zullen rijpen.
 

1.1.1.3 WAAR KOOP JE WIJN?

 
  Bovenstaande vraag is vrij eenvoudig te beantwoorden: bij een leverancier
  waar jij vertrouwen in hebt en die je kan voorlichten over de wijnen uit
  zijn/haar assortiment. Ook de wijze van aanbieden is vrij essentieel:
  wijnen, die maanden in de winkel staan onder T.L.-licht, kunnen 'bedorven'
  zijn doordat er lucht en stof door de uitgedroogde kurk naar binnen zijn
  gedrongen. Ook te veel (kunst)licht is funest voor vele wijnen. Vandaar dat
  ik bij de grote supermarkten altijd let op wijnaanbiedingen, omdat die
  wijnen nooit te lang in de schappen hebben kunnen staan. Enkele wijnclubs,
  zoals de 'Vrienden van de Goede Wijn' (gratis), kunnen ook heel behulpzaam
  zijn bij het kopen van wijnen in wat grotere hoeveelheden.
 

1.1.1.4 HET BEWAREN VAN WIJN

 
  Wijn kan het best bij een temperatuur van zo'n 13 graden Celcius bewaard
  worden. Enkele graden hoger of lager kan geen kwaad, als de temperatuur in
  de bewaarruimte maar vrij constant blijft. Als je 's rustig rondkijkt bij
  je thuis, zul je altijd wel ergens in een hoekje of in een kast ruimte
  aantreffen, die je kunt gebruiken als opslagplaats.
  Het tweede punt, dat je bij het bewaren van wijn goed in de gaten moet
  houden, is dat de wijn altijd liggend bewaard moet worden. Hiervoor zijn
  twee redenen: ten eerste moet de wijn de kurk raken en 'm vochtig houden.
  Dit voorkomt krimpen van de kurk zodat er geen lucht de fles kan
  binnenkomen.
  Ten tweede kunnen allerlei soorten bezinksel naar de bodem van de fles
  zakken.
  De vraag hoe lang gemiddeld een fles wijn moet liggen is vrij simpel te
  beantwoorden: kort. Dit komt doordat de meeste wijnen, die in de winkel te
  koop worden aangeboden, pas dan in de winkel komen wanneer ze 'op dronk'
  zijn. Hierop zijn wel wat uitzonderingen, waarop ik later in de korte
  bespreking van wat wijnstreken en -soorten terugkom. In elk geval is het
  aan te raden elke gekochte wijn een weekje te laten bijkomen van de reis
  van de winkel naar huis. De kurk is door dat weekje ook een stuk
  eenvoudiger uit de fles te trekken.
  Ikzelf heb een hobby gemaakt van het bewaren van wijnen: door het
  raadplegen van allerlei naslagwerken ben ik erachter gekomen wat goede
  bewaarwijnen zijn en hoe lang je ze kunt bewaren tot ze goed op dronk zijn.
  Door af en toe een fles uit een serie van zo'n zes flessen te proberen, kom
  ik erachter hoe zo'n wijn zich ontwikkelt.
 

1.1.1.5 HET SERVEREN VAN WIJN

 
  Bij het serveren van wijn speelt de temperatuur een belangrijke rol. Elke
  wijn smaakt 't lekkerst bij z'n eigen temperatuur. Daarentegen is elke
  consument natuurlijk vrij, z'n eigen favoriete wijnen op te drinken bij z'n
  favoriete temperatuur. Ik geef in dez paragraaf slechts enkele richtlijnen.
  Je kunt wijn beter te koud dan te warm drinken: e'e'n keer heb ik 't
  genoegen gehad een Co^tes de Ventoux (een rode wijn uit de Rho^ne-streek)
  van zo'n 20 graden Celcius te mogen drinken. Het was me absoluut geen waar
  genoegen. Een uurtje koelkast deed toen wonderen.
  Hieronder geef ik een schema, waarin staat aangegeven bij welke temperatuur
  welke wijn 'past': je kunt er van uitgaan dat de kamertemperatuur zo'n 18
  graden is.
 
  20
  19
  18  Beste rode wijnen, zoals Bordeaux
  17  Cabernet, Hermitage enz.                        
  16  Rode Bourgogne
  15  Witte Bourgogne, Chianti, Co^tes du Rho^ne
  14  Port, madeira
  13  gewone rode wijn
  12  lichte rode wijn, bijv. Beaujolais, de meeste Vin de Pays
  11  sherry
  10  rose' wijnen
   9  meeste witte wijnen
   8  Champagne, Lambrusco
   7
   6  Meeste zoete witte wijnen, mousserende wijnen
   5
 
  Je zult je misschien afvragen, hoe je nu de temperatuur van wijn kunt
  meten. Daar heb je twee mogelijkheden voor: een wijnthermometer, die je in
  de wijn kunt steken (maar dan heb je de fles - wellicht te vroeg - reeds
  geopend) of een thermometer, die je om de fles kunt doen: na een tijdje
  geeft deze dan de temperatuur van de fles. De laatste gebruik ik al een
  tijdje met heel veel plezier.
 
  Voor bepaalde wijnen is het noodzakelijk dat je ze 'decanteert' voordat je
  ze gaat drinken: dit om te voorkomen dat je het bezinksel, dat zich op de
  bodem van de fles nestelt, mee opdrinkt. Dat is nl. niet erg smakelijk. Dit
  geldt niet voor de gewone dagelijkse wijnen, maar wel voor bijv.
  Bordeauxwijnen van vijf jaar en ouder, oude Bourgognes en een Italiaanse
  bewaarwijn als de 'Vino nobile de Montepulciano'. Van deze soort dronk ik
  enkele maanden geleden een fles uit 1986, waarbij het decanteren geen
  overbodige luxe bleek.
  Hoe gaat dat decanteren in z'n werk? Daarvoor heb je grofweg twee methoden,
  een functionele methode en e'e'n methode waarmee je in gezelschap de show
  steelt.
  De eerste methode is simpel, maak de fles open, pak een karaf en een zeefje
  en giet de wijn door het zeefje in de karaf; het bezinksel zal in het
  zeefje achterblijven.
  Voor de tweede methode heb je een karaf en een kaars nodig. Open de fles,
  steek een kaars aan en schenk de wijn met een rustige doch gestadige
  stroom, de fles boven de brandende kaars houdend, in het karaf. Kijk
  intussen naar de flessehals boven de kaars. Houd op met schenken zodra je
  daar bezinksel ziet. Het bezinksel is natuurlijk niet drinkbaar, maar wel
  goed te gebruiken bij het koken van gerechten, zoals bij het stoven van
  rundvlees. Tenslotte is bij bepaalde wijnen aan te raden, de wijn een uur
  van tevoren reeds te decanteren, zoals bijv. bij de al eerder genoemde
  "Vino nobile de Montepulciano". Dan pas komt het zeer specifieke aroma van
  deze wijn naar voren.
 

1.1.1.6 HET DRINKEN VAN WIJN

 
  Wanneer je wijn drinkt, mis je een heleboel van de voorpret, als je de
  beslissing zou nemen de drank in een longdrinkglas tot je te nemen.
  Het beste is een wijnglas, dat breed naar boven uitloopt. Vul het glas
  ongeveer halfvol. Beweeg het glas dan zo, terwijl je het glas aan de steel
  vasthoudt, dat de wijn in het glas gaat draaien. Dit noemen we 'walsen'.
  Daardoor komt het aroma (bouquet) van de wijn naar buiten. Als je dan je
  neus boven het glas houdt en ruikt, zul je verschillende geuren kunnen
  herkennen, bijv. een vanille-, een honing-, perzik- of een fruitgeur. Als
  bijvoorbeeld een wijn gedurende wat langere tijd in eikehouten vaten heeft
  gerijpt, zoals een Bordeaux of een Rioja, zal het bouquet van deze wijnen
  wat vanille-achtig zijn. Neem dan een slok en laat de wijn door alle delen
  van je mond gaan, zodat alle smaakpeppillen worden geactiveerd. Dan valt op
  te maken of de wijn zoet is, zuur is, scherp smaakt, wrang smaakt enz.. 
  Spuug - tenminste bij een proeverij :-) - daarna de wijn uit of, lekkerder,
  slik 'm door. Hoe langer de smaak in de mond blijft, des te beter is de zgn
  'afdronk'. Goede wijnen hebben altijd een lange afdronk.
 
- Van: Maarten Holtz
 

  Naar de Nl.culinair Huis Pagina; Naar de Hermans' Huis Pagina.

de Hermans' Huis Pagina
Voor vragen, opmerkingen en aanvulling: Webmaster@hermans.org