2.2 De rol van de overheid

Doordat het Internet ooit is begonnen als een netwerk voor het verbinden van wetenschappelijke instellingen over de hele wereld, heeft in vrijwel ieder land dat met Internet verbonden is de overheid een zekere invloed op het Internet. In het verleden beperkte die rol zich hoofdzakelijk tot een passieve, namelijk die van financierder. Gebruik en onderhoud werden overgelaten aan een aparte instantie. In Nederland was en is dat Surfnet, in de Verenigde Staten was dat NSFNet.
De laatste jaren is de rol van de diverse overheden groter en actiever aan het worden. Zij zien in dat het Internet vele mogelijkheden biedt, zowel voor commerciële als niet-commerciële gebruikers. Een andere reden is waarschijnlijk ook dat de hoeveelheid geld die in Internet gestoken moet (gaan) worden, de laatste jaren sterk is toegenomen, en de overheid dus actief wil controleren wat er met dat geld gebeurd en wil meten wat de resultaten van de investeringen zijn.
De overheid is echter niet meer de enige partij die zich voor het Internet interesseert. Na een periode van voorzichtige kennismaking en terughoudendheid, zijn sinds een aantal jaren diverse commerciële partijen actief op het Internet. Een niet onaanzienlijk deel van de uitbreidingen van het Internet zouden waarschijnlijk ook niet mogelijk zijn geweest zonder bijdragen van commerciële zijde. In de Verenigde Staten heeft dit er zelfs toe geleid dat NSFNet (de Amerikaanse overheidsinstelling die tot dan toe de zorg droeg voor het Amerikaanse deel van Internet) in het begin van 1995 is opgeheven. De taken van NSFNet kunnen, volgens de Amerikaanse overheid, net zo goed, of zelfs beter verzorgd worden door commerciële Internet-diensten (zoals Prodigy en America Online).


2.2.1 Het `Plan van Aanpak Elektronische Snelwegen' van de Nederlandse overheid

De Nederlandse overheid voert sinds kort ook een actief beleid wat betreft het Internet. Hoe het beleid er de komende jaren uit zal gaan zien, wordt geschetst in het "Plan van Aanpak Elektronische Snelwegen" [5.]. Dit plan is opgesteld door achttien grote Nederlandse bedrijven op het terrein van de media, telecommunicatie en informatietechnologie. "Op basis van dit plan van aanpak, [...] kunnen partijen nader bepalen welke eigen acties men neemt ter realisering van een grootschalige omgeving voor elektronische dienstverlening. Vanuit deze behoefte is, naast het fo rmele produkt 'Het plan van aanpak', het proces om te komen tot wederzijds vertrouwen in het gemeenschappelijk referentiekader een wezenlijk projectresultaat."


Algemeen:
In het plan van aanpak wordt geschetst welke acties binnen één à twee jaar nodig zijn om de elektronische snelwegen in Nederland (waarvan het Internet er dus één is) eerder te realiseren dan in andere Europese landen. "Onomstreden is dat ook zonder interventie er een ontwikkeling in de richting van een elektronische snelweg zal plaatsvinden. De projectgroep stelt zich tot doel de ontwikkeling sneller te realiseren. Vanuit een algemene opvatting over technologiebeleid, w ordt daarbij een beleidshorizon van 4 à 5 jaar gesteld. Dit betekent dat de projectgroep zich zal concentreren op die voorstellen en maatregelen die in de komende één à twee jaar kunnen worden uitgevoerd en die in de komende vier à vijf jaar tot concrete resultaten kunnen leiden. Derhalve zal gewerkt worden met de technieken die vandaag aanwezig zijn. Vanuit deze constateringen zal de projectgroep zich daarom richten op het versnellen van huidige ontwikkelingen."

Belangrijkste uitkomsten van het plan van aanpak zijn:


De rol van de consument:
De rol van consument
is er een die als net zo belangrijk gezien wordt als die van de producent/aanbieder. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat "binnen enkele jaren 70% van de huishoudens toegang kan krijgen tot de elektronische snelweg. Een kwart van deze huishoudens zal beschikken over apparatuur waarmee daadwerkelijk gebruik gemaakt kan worden van de verschillende diensten."
De consument heeft daarbij de keuze uit het gebruik van diverse media/apparaten zoals een TV met teletekst of set-top-box, een PC, e.d. De verwachting is dat in de toekomst het verschil tussen PC en TV steeds meer zal gaan verdwijnen.
Bij de keuze van de netwerkverbinding met De Digitale Snelweg(en) heeft, volgens het plan, de consument op voorhand geen bepaalde voorkeur. In plaats daarvan "gelden voor de consument de volgende drie G's: Gemak (het gebruik van de user-interface met de snelweg en de daarop geboden diensten moet eenvoudig zijn), Genot (entertainment is een belangrijke trekker van de elektronische snelweg) en Gewin (de consument ziet de voordelen van elektronische snelweg)."


De rol van aanbieders:
Wat de aanbieders betreft geldt dat het uitgangspunt van het plan van aanpak is dat de ontwikkeling van netten en diensten hand in hand gaan. Ook zouden diensten-aanbieders om de tafel moeten gaan zitten om gezamenlijk een breed en veelzijdig diensten-aanbod te creëeren. De consument wordt daarbij "aangetrokken door een optelsom van verschillende diensten waardoor een intensief transactieverkeer ontstaat op de elektronische snelweg."

Dat er voldoende aanbieders komen, daarover maakt men zich in het plan geen zorgen, want: "de elektronische snelweg is aantrekkelijk voor ondernemers. De leverancier van diensten kan eenvoudig toegang krijgen tot een groot deel van de consumenten. Door gebruik te maken van interactie, grafische voorstellingen, bewegende beelden en geluid kan het produkt met meer appeal gepresenteerd worden dan via een ander medium. Daarnaast zijn geheel nieuwe diensten mogelijk, die zonder de elektronische snelweg niet mogelijk zouden zijn." Bovendien "kent de leverancier zijn consumenten en kan via de elektronische snelweg daarmee contact leggen. Dat biedt mogelijkheden voor een directe en gedifferentieerde klantbenadering."
De hoogte van investeringen wordt niet als een probleem ervaren, omdat de dienstenleverancier "maar beperkt hoeft te investeren in de software- ontwikkeling voor de elektronische snelweg." Het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) hoeft daarbij niet achter te blijven, dat maakt namelijk gebruik van intermediairs om toegang te krijgen tot de elektronische snelweg.
Betaling via het Internet, op dit moment een van de belangrijkste redenen waarom (met name grote) bedrijven nog niet actief willen worden op het Internet, wordt in het plan niet als een belemmering gezien. Integendeel: "het afhandelen van transacties kan door middel van een universeel elektronisch betaalmiddel. Elke diensten- leverancier kan daar wel of niet gebruik van maken. De authenticatie is gegarandeerd."

EZ wil dat een consortium van kabel- en telecom-bedrijven één gemeenschappelijke standaard gaat hanteren voor rand-apparatuur. "Uitgangspunt bij de analyse is de doelstelling dat binnen vier à vijf jaar een grootschalige elektronische snelweg in Nederland gerealiseerd wordt. De huidige initiatieven laten een grote divergentie zien. De projectgroep is van mening dat convergentie van initiatieven en technieken zal leiden tot de gewenste versnelling."
Ook moeten onderlinge afspraken worden gemaakt om te komen tot één open toegang tot de Nederlandse kabelnetten. Minstens twee miljoen huishoudens moeten kunnen worden bereikt. Een belangrijk risico is anders "dat de consumenten onvoldoende actief zijn op de elektronische snelweg. De consument kan onvoldoende voordelen zien en [...] ook onbekendheid met het aanbod van diensten via de elektronische snelweg [...] kan het gebruik van de elektronische snelweg belemmeren."
Bovendien wordt ook hier nog eens benadrukt dat het van vitaal belang is dat er mogelijkheden zijn (dan wel komen) om (elektronisch) transacties te kunnen verrichten. Beveiliging en consumentenbescherming zijn daarbij zeer belangrijk. Bij dit streven wordt EZ gesteund door (o.a.) een initiatief van de gezamenlijke banken, die binnen hun organisatie Interpay, tezamen met andere partijen, werken aan een oplossing hiervoor. "Vooralsnog wordt de bedachte oplossing getest binnen Internet. [...] Aanbevolen wordt om zodra dat mogelijk is, dezelfde betalingsmethodiek ook voor andere marktkanalen geschikt te maken."

Verder naar hoofdstuk 3 (World Wide Web-sites in theorie). Terug naar de inhoudsopgave.


Naar de Hermans Huis Pagina.
de Hermans Huis Pagina
Voor vragen, opmerkingen en aanvulling: Webmaster@hermans.org