
Hoe zwart-wit de standpunten ook waren, toch zou je het gesprek als symbolisch kunnen
beschouwen voor twee groepen bedrijven in Nederland: de huidige, vaak enthousiaste groep
bedrijven die nu reeds gebruikt maakt van het Internet (als aanbieder en/of als gebruiker) in de persoon van Maurice de Hond, versus de groep bedrijven die (nog) niet op Internet actief is (en het misschien ook wel helemaal niet willen worden) in de persoon van Sonja Barend.
Jammer genoeg ontbrak er bij het gesprek nog een derde gesprekspartner, namelijk iemand die de vermoedelijk grootste groep van dit moment vertegenwoordigt: bedrijven die nog twijfelen - om wat voor redenen dan ook - of ze actief zullen gaan worden op het Internet. Dat had bovendien een aardig element aan het geheel toegevoegd: in plaats van allebei een stelling te betrekken en die te vuur en te zwaard te verdedigen, zouden zowel Barend als de Hond gedwongen zijn geweest om hun standpunten goed te onderbouwe
n, en hadden ze (veel explicieter dan ze nu deden) aan deze derde persoon duidelijk moeten maken waarom deze wel of niet "iets" met het Internet moet (gaan) doen. De afloop en uitkomsten van het gesprek waren dan waarschijnlijk ook heel wat minder voorspelbaar geweest.
1.2 Opbouw van deze scriptie
Deze scriptie zal niet afsluiten met absolute en onomstotelijke conclusies over de (on)mogelijkheden van Internet op dit moment. Wel geeft ze een kijk op de activiteiten die er op dit moment reeds op ontplooid worden. Het blijft aan de lezer welke conclusies hij of zij uiteindelijk over Internet trekt.
In het hierop volgende hoofdstuk zal allereerst een overzicht gegeven worden van de diensten die Internet te bieden heeft. Ook zullen de plannen van de Nederlandse overheid m.b.t. Internet aan bod komen.
Voordat in hoofdstuk 4 naar de praktijk van het World Wide Web gekeken wordt, komt eerst in
hoofdstuk 3 een stuk theorie omtrent zakelijke actief zijn op het WWW aan de beurt. Tevens worden de in paragraaf 2.1.1 genoemde globale mogelijkheden van het Web hier verder uitgediept en aangevuld.
Hoofdstuk 4 begint met een beschrijving van de opzet van de enquête, waarna de uitkomsten per vraag aan bod komen (met daarbij diverse grafieken).
Hoofdstuk 5 sluit deze scriptie af met conclusies en aanbevelingen.

Verder naar hoofdstuk 2 (Algemene informatie over Internet).
|
Terug naar de inhoudsopgave. |